De eerste week van Kabinet Jetten I stond voor het overgrote deel in het teken van één onderwerp: het verhogen van de AOW-leeftijd. Op dit moment is de AOW-gerechtigde leeftijd 67 en is deze leeftijd gekoppeld aan het geboortejaar. Maar hoe zit het arbeidsrechtelijk ook alweer om een werknemer die recht heeft op AOW nog in dienst te hebben?
In de onderstaande tabel hebben wij de belangrijkste arbeidsrechtelijke (hoofd)regels en aandachtspunten weergegeven.
| Onderwerp | Niet AOW-gerechtigde werknemer | AOW-gerechtigde werknemer |
| Arbeidsongeschiktheid | Loondoorbetaling: 104 weken loondoorbetalingsverplichting voor werkgever (art. 7:629 lid 1 BW). Re-integratie: werkgever en werknemer hebben re-integratieverplichtingen in spoor 1 (eigen werkgever) en spoor 2 (art. 7:658a lid 1 en 3 BW). | Loondoorbetaling: zes weken loondoorbetalingsverplichting vanaf bereiken AOW-leeftijd, tenzij totale periode loondoorbetaling langer dan 104 weken wordt (art. 7:629 lid 2 sub b BW). Re-integratie: werkgever en werknemer hebben re-integratieverplichtingen, welke zijn beperkt tot spoor 1 (eigen werkgever) (art. 7:658a lid 1 en 3 BW). |
| ‘Ragetlie-regel’ | Indien een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd binnen een tussenpoos van maximaal zes maanden wordt opgevolgd door een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd, kan deze opvolgende arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd slechts worden beëindigd door middel van een rechtsgeldige opzegging (art. 7:667 lid 4 BW). | Niet van toepassing (art. 7:667 lid 4 BW). |
| Ketenregeling | De ketenregeling bepaalt dat tijdelijke contracten automatisch omgezet worden in een vast dienstverband als een werknemer meer dan drie opeenvolgende contracten heeft gehad, of als de totale contractduur de 36 maanden (3 jaar) overschrijdt. Tussenpozen van maximaal 6 maanden tellen mee in de keten (art. 7:668a lid 1 BW). | De ketenregeling is voor AOW-gerechtigde werknemers verlengd tot zes opeenvolgende bepaalde tijdscontracten, of als de totale contractduur de 48 maanden (4 jaar) overschrijdt. Tussenpozen van maximaal 6 maanden tellen mee in de keten (art. 7:668a lid 12 BW). |
| Beëindiging arbeidsovereenkomst | Voor beëindiging door werkgever is in beginsel een redelijke grond nodig ex artikel 7:669 lid 3 BW en dient er opgezegd te worden nadat de werkgever een ontslagvergunning van het UWV heeft verkregen of de arbeidsovereenkomst door de kantonrechter is ontbonden. | Er mag eenmalig worden opgezegd door werkgever wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd (art. 7:669 lid 4 BW). |
| Opzegtermijn | Wettelijke opzegtermijn van de werknemer is één maand (art. 7:672 lid 4 BW) en voor de werkgever is de opzegtermijn afhankelijk van de duur van de arbeidsovereenkomst (art. 7:672 lid 2 BW). | Voor zowel de werknemer als de werkgever is de wettelijke opzegtermijn één maand (art. 7:672 lid 3 en 4 BW). |
| Transitievergoeding | Werknemer heeft recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid 1 BW). | Werknemer heeft geen recht op transitievergoeding (art. 7:673 lid 7 sub b BW). |
| Pensioenregeling, verzekeringen en sociale zekerheidspremies | Werkgever dient premies af te dragen voor o.a. WW, ZW, arbeidsongeschiktheid (WIA/WAO), etc. Werknemer is normaal verzekerd voor werknemersverzekeringen. | Werkgever draagt geen sociale premies meer af. De werknemer is niet langer verzekerd voor WW of arbeidsongeschiktheid. De werknemer betaalt zelf wel loonheffingen, maar deze worden niet ingehouden door werkgever. |
| Wet flexibel werken (Wfw) | Van toepassing (art. 1 Wfw). | Niet van toepassing (art. 1a Wfw). |
| Loon | Recht op minimumloon (art. 7 Wet op minimumloon en minimumvakantiebijslag). | Recht op minimumloon (art. 7 Wet op minimumloon en minimumvakantiebijslag). Extra inkomen heeft geen invloed op AOW. |
| Vakantiegeld | Recht op vakantiegeld (art. 15 Wet op minimumloon en minimumvakantiebijslag). | Recht op vakantiegeld (art. 15 Wet op minimumloon en minimumvakantiebijslag). |